Author Archives: roots

Huang Huang’s Jing Fang: de kunst van het herkennen van het juiste formulepatroon

Hieronder geef ik mijn eigen interpretatie van Huang Huang’s benadering van de Chinese kruidengeneeskunde, gebaseerd op mijn lectuur van zijn werk. Deze tekst is bedoeld als introductie voor iedereen die geïnteresseerd is in zijn benadering van Jing Fang.

Professor Huang Huang presenteert Jing Fang niet simpelweg als een verzameling oude recepten, maar als een klinische methode die voortkomt uit de Shang Han Lun en de Jin Gui Yao Lue. Het centrale principe is fangzheng, doorgaans vertaald als ‘formulepatroon’: het geheel aan waarneembare klinische kenmerken dat aangeeft wanneer een bepaalde formule veilig en effectief kan worden toegepast.

Hiermee staat Huang in een lange traditie van Jing Fang-beoefenaars die de formule centraal stellen. Hij verwijst onder anderen naar Ke Yunbo, Xu Lingtai, Wang Xugao, Hu Xishu en Liu Duzhou, evenals naar klassieke en moderne Kampo-beoefenaars. Zij beschouwden het herkennen van het juiste formulepatroon als het praktische eindpunt van de diagnostiek. Huang’s eigen bijdrage ligt in de verdere uitwerking van deze traditie, met bijzondere aandacht voor de constitutie, het lichamelijke uiterlijk, sprekende klinische beelden en de gecombineerde beoordeling van ziekte en persoon. Daarbij onderscheidt hij zich ook door zijn toegankelijke manier van lesgeven en zijn publicaties, die dankzij baanbrekend werk van onderzoekers en beoefenaars ook in het Engels beschikbaar zijn.

Een patroon betekent concrete aanwijzingen

Voor Huang Huang is een patroon in de eerste plaats geen abstracte verklaring van de pathologie. Het is niet simpelweg ‘Lever stagnatie’, ‘Milt te kort’ of een ander theoretisch etiket. Een patroon bestaat uit de concrete klinische aanwijzingen die het gebruik van een bepaalde formule rechtvaardigen.

Deze aanwijzingen kunnen onder meer bestaan uit:

  • De hoofdklacht en kenmerkende symptomen.
  • Het verloop en de ontwikkeling van de ziekte.
  • Lichaamsbouw, spierontwikkeling, gelaatskleur en huid.
  • Bevindingen bij buikpalpatie.
  • De tong en de pols.
  • Verschijnselen zoals eetlust, slaap, transpiratie en darmfunctie.
  • Emotionele expressie en gedrag.
  • Eerdere aandoeningen en terugkerende ziektepatronen.

De klassieke teksten bevatten beschrijvingen van dergelijke aanwijzingen. Huang noemt ze klinische ‘aanknopingspunten’ of ‘codes’. Het is aan de behandelaar om deze korte beschrijvingen te vertalen naar levendige, driedimensionale beelden van echte patiënten.

De klassieke beschrijving ‘rusteloosheid in het hart, niet kunnen slapen’ mag bijvoorbeeld geen abstracte formulering blijven. Ze moet een concreet beeld oproepen van een bepaalde patiënt: zichtbaar onrustig, uitgeput en niet in staat tot rust te komen, mogelijk ook met hartkloppingen, bloedingen, haaruitval of huidproblemen.

De dimensie ziekte omvat de belangrijkste aandoening, de symptomen, het verloop en de structurele of functionele veranderingen, en soms ook een moderne biomedische diagnose. Huang verwerpt de gangbare veronderstelling dat de Chinese geneeskunde patronen behandelt, terwijl de westerse geneeskunde ziekten behandelt. Ook de klassieke Chinese geneeskunde kende ziekteclassificaties, waaronder aandoeningen als zang zao, pi bing en hu huo bing.

De dimensie persoon betreft het type patiënt bij wie de ziekte optreedt. Twee mensen kunnen dezelfde biomedische diagnose hebben, maar toch verschillende formules nodig hebben omdat hun constitutie, lichamelijke reserves, emotionele toestand en reacties op ziekte uiteenlopen.

Wanneer ziekte en persoon samen worden beoordeeld, kan de behandelaar het bijpassende formulepatroon vaststellen. De drie elementen kunnen als volgt worden weergegeven:

Ziekte + persoon → formulepatroon → formule

Zo wordt Zhu Ye Shi Gao Tang geassocieerd met een bepaalde ziektesituatie, vaak de herstelfase na een ernstige koortsziekte. Maar de formule past ook bij een herkenbaar patiëntbeeld: mager, zwak, dorstig, met weinig eetlust en mogelijk misselijkheid.

Xiao Chai Hu Tang kan passen bij terugkerende koorts of ontstekingsverschijnselen (=de ziekte), maar ook bij een herkenbaar type patiënt: teruggetrokken, neerslachtig en zonder eetlust. De formule wordt gekozen omdat zowel de ziektesituatie als het patiëntbeeld ermee overeenkomen.

Constitutie als klinisch beeld van de persoon

Huang’s begrip van constitutie is ruimer en praktischer dan een vaste indeling in constitutionele typen. Constitutie verwijst naar de relatief stabiele lichamelijke en psychologische toestand die mede bepaalt hoe iemand ziek wordt, hoe ziekte zich manifesteert en hoe iemand op behandeling reageert.

Daaronder kunnen vallen:

  • Een vol of mager postuur.
  • Spierontwikkeling en spanning van de buik.
  • De bouw van het skelet en de gelaatstrekken.
  • De kleur, textuur en vochtigheid van de huid.
  • De kracht of zwakte van de pols.
  • Emotionele neigingen, zoals angst of somberheid.
  • Eetlust, slaap en energieniveau.
  • De medische en familiale voorgeschiedenis.
  • De gevoeligheid voor bepaalde aandoeningen.
  • Invloeden van de leefomgeving en geografische omstandigheden.

Sommige formules lijken daardoor eerder ‘de persoon’ te behandelen dan één afzonderlijke ziekte. Een patiënt kan een bepaald klinisch beeld vertonen dat niet noodzakelijk bestaat uit symptomen die op dat moment aanwezig zijn, maar ook uit een onderliggende neiging of predispositie.

In die zin past Gui Zhi Tang volgens Huang’s interpretatie bij iemand die vermoeid is, transpireert, kwetsbaar is en een verminderd aanpassingsvermogen heeft. Het is dus niet uitsluitend een formule tegen verkoudheid, maar een formule die de persoon als geheel reguleert.

Bai Hu Jia Ren Shen Tang past bij uitgesproken dorst en hitte in combinatie met uitputting en een tekort aan lichaamsvloeistoffen. Dergelijke formules kunnen bij verschillende biomedische aandoeningen worden ingezet wanneer hetzelfde constitutionele beeld aanwezig is.

Constitutie hoeft niet onveranderlijk te zijn. Een ernstige infectie, operatie, veroudering, ondervoeding of chronische ziekte kan een nieuwe constitutionele toestand veroorzaken. Iemand die voorheen sterk was, kan bijvoorbeeld mager, uitgeput, droog en zwak worden. Deze veranderde toestand wordt dan essentieel voor de keuze van de formule.

Constitutie vervangt de ziektediagnose dus niet. Ze maakt de behandeling nauwkeuriger door duidelijk te maken welk type patiënt met die aandoening waarschijnlijk bij de formule past.

Samengevat: de ziekte bepaalt het klinische terrein, de persoon maakt het onderscheid tussen patiënten en fangzheng bepaalt de passende formule.

Huang Huang en de moderne TCM-zang-futheorie

Huang’s kritiek op de moderne TCM is niet dat de zang-futheorie onbruikbaar is, maar dat deze in de praktijk vaak de directe klinische waarneming verdringt. Volgens hem zijn begrippen als ‘Liver yang rising’, ‘Kidney deficiency’, ‘Heart blood deficiency’ en ‘Spleen deficiency’ breed en potentieel dubbelzinnig. Ze kunnen een theoretische interpretatie van de aandoening bieden, maar bepalen op zichzelf niet welke formule moet worden voorgeschreven.

Hij heeft vooral bezwaar tegen de neiging om afzonderlijke symptomen terug te brengen tot gestandaardiseerde verklaringsmechanismen, zoals hoofdpijn die wordt toegeschreven aan Liver yang rising of dunne ontlasting aan Spleen deficiency. Daarbij kunnen de daadwerkelijke ziekte, de individuele patiënt en de concrete aanwijzingen die nodig zijn om een specifieke formule te kiezen, uit beeld verdwijnen.

De zang-fu analyse kan daarom dienen als een aanvullend verklaringskader, naast de differentiatie volgens de zes kanalen, de acht principes of moderne pathofysiologische analyse. Ze hoort echter niet het eindpunt van de diagnostiek te zijn. Al deze benaderingen moeten uiteindelijk uitkomen bij fangzheng: de waarneembare aanwijzingen die het gebruik van een specifieke formule ondersteunen.

De doorslaggevende vraag is dus niet alleen: ‘Welk orgaansysteem of mechanisme verklaart deze casus?’ Het gaat om de vraag: ‘Welke ziekte is aanwezig, wat voor persoon heeft deze ziekte en welke formule past bij het volledige klinische beeld?’

Huang Huang’s methode leren

Huang raadt aan om de klassieke passages herhaaldelijk te lezen, gedetailleerde casusbeschrijvingen te bestuderen, patiënten nauwkeurig te observeren en hun uiterlijk, houding, gezichtsuitdrukking, woordkeuze en gedrag systematisch vast te leggen. Het herkennen van formulepatronen is niet louter theoretische kennis, maar een klinische vaardigheid, die door oefening wordt ontwikkeld.

Recent vertaalde boeken zoals Classic Formulas for Primary Care en het oudere Ten Key Formula Families vormen een goede volgende stap voor wie zich verder in zijn benadering wil verdiepen.

Huang Huang’s Jing Fang: Matching the Formula to the Disease and the Person

Below are my own thoughts on and interpretations of Huang Huang’s approach to Chinese Herbal Medicine, based on my readings of his materials. It is written as a guide for those interested in his learning his approach to Jing Fang.

Professor Huang Huang presents Jing Fang not simply as a collection of ancient prescriptions, but as a clinical method inherited from the Shang Han Lun and Jin Gui Yao Lue. Its defining principle is Fangzheng, usually translated as “formula pattern”: the observable clinical evidence that indicates when a particular formula can be used safely and effectively.

This emphasis places Huang within a long tradition of formula-centered Jing Fang physicians. He cites figures such as Ke Yunbo, Xu Lingtai, Wang Xugao, Hu Xishu, Liu Duzhou and past and modern Kampo physicians, all of whom treated identification of the correct formula pattern as the practical endpoint of diagnosis. Huang’s distinctive contribution is to develop this tradition through a strong emphasis on constitution, bodily appearance, vivid clinical imagery, and the combined assessment of disease and person; next to his approachable teaching and literature which, thanks to pioneering and resourceful scholars and practitioners, is available in the English language.

Pattern Means Evidence

For Huang Huang, a pattern is not primarily an abstract explanation of pathology. It is not simply “Liver qi stagnation,” “Spleen deficiency,” or another theoretical label. A pattern is the concrete evidence that justifies using a formula.

This evidence may include:

  • The chief complaint and characteristic symptoms
  • The course and progression of the disease
  • Body shape, musculature, complexion, and skin
  • Abdominal findings
  • Tongue and pulse
  • Sign and symptoms such as appetite, sleep, sweating, and bowel function
  • Emotional expression and behavior
  • Past illnesses and recurring disease tendencies

The original passages of the classical texts preserve condensed descriptions of such evidence. Huang calls them clinical “handles” or “codes.” The practitioner’s task is to turn these brief descriptions into vivid, three-dimensional images of real patients.

Thus, “restlessness in the heart, unable to sleep” which can be found in classical texts, should not remain an abstract phrase. It should evoke a particular person: visibly agitated, exhausted, unable to settle, perhaps also suffering from palpitations, bleeding, hair loss, or skin problems.

The disease dimension includes the main disorder, its symptoms, course, structural or functional changes, and sometimes a modern biomedical diagnosis. Huang rejects the common assumption that Chinese medicine treats patterns while Western medicine treats diseases. The classical Chinese tradition also identified diseases, including conditions such as zang zao, pi disease, and hu huo disease.

The person dimension concerns the kind of patient in whom the disease is occurring. Two people may have the same biomedical diagnosis but require different formulas because their constitutions, physical reserves, emotional states, and reactions to illness differ.

Once disease and person are understood together, the practitioner identifies the matching formula pattern. The three elements can therefore be expressed as:

Disease + person → formula pattern → formula

For example, Zhu Ye Shi Gao Tang is associated with a disease situation, often the aftermath of a serious febrile illness, but also with a recognizable person: emaciated, weak, thirsty, lacking appetite, and possibly nauseated. Xiao Chai Hu Tang may correspond to recurrent fever or inflammation (disease), but the person may also appear withdrawn, depressed without appetite. The formula is selected because both dimensions correspond.

Constitution as the Clinical Image of the Person

Huang’s concept of constitution is broader and more practical than a fixed constitutional classification. Constitution is the relatively stable bodily and psychological state that shapes how a person becomes ill, displays illness, and responds to medicine.

It can include:

  • Fatness or thinness
  • Muscle development and abdominal tension
  • Skeletal and facial structure
  • Skin color, texture, and moisture
  • Strength or weakness of the pulse
  • Emotional tendencies, such as anxiety or depression
  • Appetite, sleep, and energy
  • Medical and family history
  • Susceptibility to particular disorders
  • Environmental and geographical influences

Some formulas therefore appear to “treat the person” more than a single disease. A person can show a presentation, which is not necessarily instantaneous symptoms; but rather a tendency or predisposition.

In that sense, Gui Zhi Tang, in Huang’s interpretation, corresponds to a fatigued, sweating, vulnerable person with reduced resilience. It’s not simply a formula for the common cold, it regulates the person as a whole. Bai Hu Jia Ren Shen Tang corresponds to intense thirst and heat combined with depletion and fluid deficiency. Such formulas may be used across several biomedical diseases when the same constitutional image is present.

Constitution is not necessarily permanent. Severe infection, surgery, aging, malnutrition, or chronic illness can produce a new constitutional state. A formerly strong person may become thin, depleted, dry, and weak. That altered state becomes essential to formula selection.

Constitution does not replace disease diagnosis. It makes treatment more precise by showing which person with that disease is likely to match the formula.

To summarize: Disease identifies the territory → person differentiates the patient → fangzheng selects the formula.

Huang Huang and Modern TCM Zang Fu Theory

Huang’s criticism of modern TCM is not that zang-fu theory is useless, but that it is often allowed to replace direct clinical recognition. In his view, labels such as “Liver yang rising,” “Kidney deficiency,” “Heart blood deficiency,” or “Spleen deficiency” are broad and potentially ambiguous. They may offer a conceptual interpretation of the illness, but they do not by themselves establish which formula should be prescribed. He objects especially to reducing isolated symptoms to standardized mechanisms, such as headache to Liver yang rising or loose stools to Spleen deficiency, while neglecting the actual disease, the individual patient, and the concrete evidence required for a particular formula.

Zang-fu analysis may therefore serve as a secondary explanatory framework, alongside six-channel, eight-principle, or modern pathophysiological analysis, but it should not be the endpoint of diagnosis. All such differentiation must ultimately arrive at fangzheng, the observable evidence for a specific formula. The decisive question is not simply, “Which organ system or mechanism explains this case?” but, “What disease is present, what kind of person has it, and which formula corresponds to this total clinical image?”

Learning Huang Huang’s Method

Huang recommends repeatedly reading the classical passages, studying detailed case records, observing patients closely, and documenting their appearance, posture, expressions, words, and behavior. Formula-pattern recognition is not merely theoretical knowledge. It is a trained clinical ability.

Recently translated books such as Classic Formulas for Primary Care or the older Ten Key Formula Families will be a great next step.

This overview is educational and is not guidance for self-prescribing Chinese herbal medicines.

Ejaculatie – Hoeveel is te veel?

Volgens de geleerden van de Chinese geneeskunde bestaat sperma uit Jing, wat soms vertaald wordt als essentie. Jing is een essentiële stof in het menselijk lichaam die bepalend is voor onze ontwikkeling, gezondheid en levensduur, en het is de bron van onze levensactiviteit. We gebruiken het voortdurend, maar voeden het ook, via het voedsel en de dranken die we consumeren. Daarom moeten we alles doen wat in ons vermogen ligt om het te beschermen. Schrijvers van de Chinese geneeskunde verboden ejaculatie ook niet, maar waarschuwden dat overmatige ejaculatie meer essentie zal uitputten dan ons lichaam kan herstellen, wat schadelijk zou kunnen zijn voor onze gezondheid. 

De vraag is: hoeveel is te veel? Dat hangt af van de  leeftijd en gezondheid van de man. Een aantal Chinese geneeskundigen hanteren de vuistregel door de leeftijdte delen door 5 om zo het interval tussen ejaculaties te berekenen. Dus, als u 40 jaar oud bent, dan zou uw  interval 8 dagen moeten zijn (40/5=8 dagen). Andere Chinese geneeskundigen uit de 7e dynastie waren iets guller: een 30-jarige man in gemiddelde gezondheid kan om de andere dag klaarkomen; een 40-jarige – om de 4 dagen, een 50-jarige – om de 10 dagen, een 60-jarige om de 20 dagen, en een 70-jarige – bij voorkeurhelemaal niet. De redenen hiervoor zijn dat de Jing uitgeput raakt naarmate we ouder worden en het lichaam ook zwakker wordt, en het lichaam is dan minder goed tot niet in staat om de Jing nog aan te vullen.

Los van deze vuistregels, is het belangrijkste om naar je lichaam te luisteren, ongeacht je leeftijd. Mocht u zich zwak voelen, of last hebben van iets dat volgens de Chinese geneeskunde met uw nieren te maken heeft (zoals erectiestoornissen, pijn, plasproblemen, vroegtijdige zaadlozing), dan moet u daar natuurlijk naar laten kijken en in de tussentijd ook de hierboven beschreven frequentie van zaadlozingen verminderen, totdat u voelt dat u weer gezond en fit bent. 

Bronnen
* https://www.pacificcollege.edu/news/blog/2015/07/21/jing-or-essence-a-brief-attempt-at-elucidation-of-a-key-notion-in-chinese-medicine
*The Foundations of Chinese Medicine 3rd Edition, Giovanni Maciocia, 2015

Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies.

Een gevoel van een brok in de keel

Ervaart u een aanhoudende sensatie van iets dat vastzit in uw keel? Een gevoel dat aanhoudt, zelfs na het slikken, en geen verlichting bij hoesten? Mogelijk heeft u te maken met wat in de Chinese geneeskunde bekend staat als “pruimenpit Qi”. Dit concept vindt zijn oorsprong in een Chinees medisch geschrift dat 1800 jaar geleden is geschreven, genaamd Jin Gui Yao Lue, waarin een sensatie werd beschreven die leek op “een stuk geroosterd vlees in de keel bij vrouwen”. Het oorspronkelijke geschrift vermeldde bijkomende symptomen zoals “volheid op de borst en hardheid onder het hart”.

De oorsprong van deze sensatie heeft verschillende verklaringen in de biogeneeskunde (u kunt online “globus hystericus” of “globusgevoel” verkennen), maar de Chinese geneeskunde schrijft het meestal toe aan een syndroom dat gekenmerkt wordt door een stagnatie van qi, wat leidt tot de vorming van slijm. Slijm, een meer gecondenseerde en plakkerige vorm van lichaamsvloeistoffen (als gevolg van het ontbreken van qi-stroming), belemmert de beweging van qi en verhindert daardoor de verspreiding van slijm. Hierdoor wordt deze ongemakkelijke sensatie in de keel veroorzaakt. Volgens de terminologie van de Chinese geneeskunde, komt in dit geval de pathologie voort uit de “onmogelijkheid” van long en maag qi om af te dalen, wat resulteert in ophoping in de keel.

Verschillende factoren kunnen bijdragen aan deze aandoening, waarbij emotionele spanning vaak een belangrijke rol speelt. Emoties zoals angst, woede, verdriet, angst en overpeinzingen kunnen de stroming van qi verstoren en leiden tot deze pathologie. Een andere benadering overweegt moeite met “slikken” en verteren van verschillende levensomstandigheden, vooral wanneer men zich kwetsbaar voelt of geen controle heeft over de situatie en niet in staat is emoties verbaal te uiten. Voorbeelden hiervan zijn een strenge opvoedstijl, ruzies tussen ouders of scheiding, instabiliteit op het werk of ontslag, en overmatig piekeren over de toekomst.

Een veelgeprezen kruidenformule voor deze aandoening is “Pinellia and Magnolia Bark Decoction” (ban xia hou po tang). Deze formule helpt bij het bevorderen van qi-stroming en het verlichten van de sensatie. Het is essentieel om kruidenbehandeling aan te vullen met counseling om de mentale en emotionele lasten van de aandoening aan te pakken. Deze formule, door de stroming toe te staan, kan u aanmoedigen om actie te ondernemen om uw omstandigheden te veranderen of uw gevoelens te delen met een vertrouwd persoon in uw omgeving, en biedt zo een alomvattende oplossing voor het probleem.

Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies.

PDS vanuit TCG-perspectief: De Rol van Lever en Milt in de Spijsvertering

Prikkelbare Darm Syndroom is geen ziekte die expliciet wordt beschreven in de oude Chinese geneeskundige literatuur. Het is een moderne term voor een cluster van klachten die van persoon tot persoon verschillen en gezamenlijk onder de noemer “PDS” vallen. De symptomen die vaak voorkomen bij PDS-patiënten – voornamelijk een combinatie van buikpijn, diarree en/of constipatie – zijn echter wel goed gedocumenteerd in de Chinese literatuur, samen met verschillende kruidenformules. Daarom is de Chinese kruidengeneeskunde goed uitgerust om PDS aan te pakken. In dit artikel zal ik een korte theoretische basis geven voor de organen die volgens de Traditionele Chinese Geneeskunde (TCG) betrokken kunnen zijn bij klachten die samenhangen met PDS. 

In de TCG-theorie zijn de functies van de Lever en de Milt essentieel voor het behoud van regelmatige spijsverteringsprocessen. Het begrijpen van hun functies en hun reactie tijdens aandoeningen is cruciaal om het pathomechanisme van PDS vanuit het TCG-perspectief te verduidelijken. (Het is belangrijk op te merken dat de termen “Lever” en “Milt,” en andere hier genoemde organen, niet verwijzen naar de anatomische organen zoals we die vandaag de dag kennen. In plaats daarvan vertegenwoordigen ze systemen die specifieke functies van het lichaam belichamen.)

Volgens de Chinese geneeskunde zijn de Maag en de Milt verantwoordelijk voor het verteren van het voedsel dat we eten. De Maag “rijpt” het voedsel en de drank die we innemen, en de Milt zet het om in een bruikbare vorm en transporteert het door het lichaam. Dit verteerde voedsel voedt het lichaam en zorgt ervoor dat alle organen goed functioneren.

Een van deze organen is de Lever, die verantwoordelijk is voor de juiste stromen en beweging van Qi (levensenergie) door het hele lichaam, inclusief die van de Maag en de Milt. Deze organen werken dus samen om een normale spijsvertering te behouden. In de pathologie van PDS zijn het vaak de Lever en de Milt die de symptomen veroorzaken, zoals hieronder uitgelegd.

Door verschillende etiologische factoren, zoals emotionele stress of frustratie, een onjuist dieet (alcohol, vet voedsel), of slijm, kan de Lever stagneren. Deze stagnatie belemmert de functie van de Lever op twee manieren:

  1. De stroming van Qi vertraagt, waardoor de spijsverteringsfunctie van de Milt wordt verstoord. Dit kan leiden tot pijn, een opgeblazen gevoel en constipatie, wat overeenkomt met PDS gekenmerkt door constipatie (IBS-C).
  2. De Lever gaat in “hypermodus”, waardoor de Lever de Milt “binnenvalt,” en de energievan de milt verder verstoort en verzwakt. Dit leidt tot de ophoping van damp en slijm (dit wordt gezien als  pathologisch water dat niet door het lichaam wordt verwerkt). En dit kan zich uiten als diarree (damp/slijm die in de darmen stroomt) afgewisseld met constipatie, pijn, winderigheid en weinig eetlust. Deze presentatie komt voornamelijk overeen met IBS-D en IBS-M, gekenmerkt door zowel diarree als constipatie.

Een Chinese kruidengeneeskundige zal uw symptomen analyseren, zich richten op het oplossen van de disharmonie die de symptomen veroorzaakt en het lichaam weer normaal laten functioneren. Hoewel dit eenvoudig klinkt, is de conditie van een patiënt vaak complexer dan een eenvoudig patroon. Bovendien geldt dat hoe langer de aandoening heeft bestaan, hoe langer het kan duren om te behandelen. Een persoon die de afgelopen 10 jaar aan IBS heeft geleden, moet er rekening mee houden dat de behandeling enkele maanden kan duren. Echter, merkbare verlichting kan vaak binnen een kortere periode worden verkregen.

Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies.

PDS: Over Pijn en Andere Klachten

Prikkelbare Darm Syndroom (PDS) is een syndroom waarbij buikpijn vaak verband houdt met de ontlasting, samen met veranderingen in de frequentie van de ontlasting of de vorm ervan. PDS kan niet worden gediagnosticeerd zonder buikpijn, en onderscheidt zich zo van andere gastro-intestinale syndromen. In dit blogartikel geef ik wat meer details over de pijn en andere klachten van PDS die in onderzoeken zijn gepubliceerd, naast wat je in het algemeen online kunt vinden.

De meeste PDS-patiënten beschrijven de pijn als krampachtig en is gelokaliseerd in de onderbuik. Er zijn echter verschillen tussen de subtypes van PDS. PDS-C type patiënten (waarbij constipatie meer overheerst) rapporteren meer algemene symptomen in de buik (zowel onder- als bovenbuikpijn) en een opgeblazen gevoel. PDS-D patiënten (waarbij diarree meer overheerst) rapporteren vaker dan IBC-C patiënten pijn bij de stoelgang. 

PDS wordt ook gekenmerkt door pijnaanvallen. Onder patiënten met frequente pijnaanvallen (meer dan 3 aanvallen per maand) was de mediane frequentie 5,4 aanvallen per maand. Aanvallen kwamen vaker voor bij PDS-D patiënten en de mediane duur was 2,8 uur per aanval.

Bovendien melden PDS-patiënten overmatige inspanning tijdens de ontlasting, aandrang tot ontlasting, gevoel van onvolledige evacuatie, slijm bij de stoelgang, een opgeblazen en opgezwollen buik, pijn op de borst en misselijkheid.

Symptomen na een maaltijd komen vaak voor bij PDS. In één studie meldde meer dan 60% van de patiënten dat de symptomen verband hielden met de maaltijd: 28% van deze patiënten kregen binnen 15 minuten last van symptomen en 93% kreeg last binnen 3 uur na de maaltijd. De symptomen waren vooral winderigheid en buikpijn, die vaker werden uitgelokt door koolhydraat- of vetrijk voedsel, koffie of cafeïnehoudende dranken, alcohol, fruit, groenten en gekruid voedsel. Met name bepaalde soorten koolhydraten bleken de PDS-symptomen te verergeren, in het bijzonder suikers (monosachariden en disachariden) en polyolen, die langzaam in de dunne darm worden opgenomen en darmuitzetting kunnen veroorzaken, wat tot PDS-symptomen leidt.

Er zijn verschillende comorbiditeiten die met PDS gepaard gaan. De meest voorkomende somatische aandoeningen zijn cystitis, urethritis, bekkenpijn, vulvodynie, prostatitis, spierkrampen, fibromyalgie, blaasretentie, chronische vermoeidheid en andere. Psychiatrische stoornissen en symptomen kwamen ook vaker voor bij PDS, waaronder bruxisme, aandachtstekort, gegeneraliseerde angst, paniekaanvallen, stressreactie, somatisatiestoornis en depressie. Eén studie vond dat 23% van PDS patiënten hebben last van angst- en depressiestoornissen. 

Er dient opgemerkt te worden dat  de gastro-intestinale symptomen van PDS vaker kunnen voorkomen bij vele andere aandoeningen zoals lactose-intolerantie, colitis ulcerosa, Crohn, maag- en darmzweren, kanker van het maag-darmkanaal, coeliakie, diabetes mellitus en andere. Het verschil is echter dat PDS geen “fysiologische stoornis” is zoals de hiervoor genoemde aandoeningen, maar eerder een verzameling van symptomen. Met andere woorden, er is geen zichtbare organische schade aan de weefsels.

Daarom staat PDS al langer bekend als “functionele darmaandoening”. Maar in het afgelopen decennium is deze opvatting in twijfel getrokken door wetenschappelijk bewijs dat wijst op veranderingen op moleculair niveau die met PDS samenhangen. Gebleken is dat er een biochemische basis is voor alle symptomen op perifeer (darm) of centraal (hersenen, ruggenmerg) niveau. In een recent biomedisch onderzoek naar PDS spreken onderzoekers over een verband dat is gevonden tussen PDS en een ontregeling van de hersen-darm-as. Deze ontregeling manifesteert zich als zenuwuiteinden die een verhoogde reactie vertonen op prikkels (zoals het uitrekken van weefsel na een maaltijd, met pijn als gevolg); en veranderde darmgewoonten. De ontdekking van de betrokkenheid van de hersen-darm-as heeft echter geen verdere definitieve conclusies opgeleverd. Daarom blijft PDS (voorlopig) een syndroom dat wordt gekenmerkt als een verzameling van symptomen, en (helaas) is er niet één bloedtest of een andere onderzoek die het kan bevestigen.

Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies.

Veranderingen in levensstijl tegen slapeloosheid

Wat we eten, drinken en doen voor het slapen heeft grote invloed op onze hormoonhuishouding, rust,  en slaapritme. Heel veel mensen die last hebben van slapeloosheid zonder specifieke medische redenen kunnen door het aanpassen van bepaalde levensstijlgewoonten al een heel eind komen in het verbeteren van hun slapeloosheid. De onderstaande lijst bevat enkele acties die ondernomen kunnen worden. Het is zeker niet allesomvattend, maar dit zijn 8 tips waarmee je kunt beginnen: 

  1. Zorg voor regelmatige lichaamsbeweging. Doe lichaamsbeweging in de late namiddag of vroege avond, maar niet voor het slapengaan (stop ten minste 2-3 uur voor het slapen). Lichaamsbeweging helpt uw lichaam om vermoeid te raken en hierdoor de slaap bevorderen.
  2. Vermijd zware maaltijden, cafeïnehoudende dranken of alcohol in de avonduren. Houd rekening mee dat cafeïne tot 12 uur in het lichaam kan blijven, dus als u om 16.00 uur drinkt, is er rond 23.00 uur ook nog wat cafeïne in uw lichaam. Zelfs als u in slaap valt, kan dat leiden tot een onrustige slaap. Het beste is om geen cafeïnehoudende dranken meer te drinken na de lunchtijd. 
  3. Voeg meer voedingsmiddelen toe aan uw dagelijkse dieet die slaapbevorderend werken. Walnoten, olijven, rijst, gerst, aardbeien en kersen bevatten bijvoorbeeld melatonine wat ervoor zorgt dat je slaperig wordt.
  4. Ook het aminozuur tryptofaan helpt de slaap te bevorderen doordat het zowel het serotonine- als het melatoninegehalte te verhoogt in uw lichaam. Voedingsmiddelen die tryptofaan bevatten zijn bananen, vijgen, dadels, yoghurt, kalkoen en tonijn. 
  5. Het aminozuur tyramine daarentegen heeft juist een stimulerende werking, omdat tyramine het noradrenalinegehalte verhoogt. Daarom moeten voedingsmiddelen als spek, kaas, chocolade, spinazie, tomaten en wijn ’s avonds worden vermeden. Het is niet zo dat één tomaat zal leiden tot een slapeloze nacht, maar het combineren van voedsel met veel tyramine, samen met andere stimulerende middelen (koffie) en bijvoorbeeld stress zeker niet zal helpen. Vermijd daarom deze voedingsmiddelen vlak voor het slapengaan.
  6. Beperk de beeldschermtijd in de avonduren tot een minimum. De recent ontwikkelde beeldschermen zenden veel blauw licht uit, wat invloed heeft op onze biologische klok en daarmee dus ons slaapritme kan verstoren. Gebruik software net als f.lux om de licht temperatuur aan te passen.
  7. Voeg wat ontspannende thee toe aan uw bad, zoals lavendel en kamille. Neem ongeveer een uur voordat u naar bed gaat een warm bad. Het warme water helpt om gespannen spieren te ontspannen.
  8. Overdag een dutje doen is geen punt als dit bij dagelijkse routine hoort  en het uw nachtrust gewoonlijk niet verstoort. Houd uw dutje echter korter dan 30 minuten en bij voorkeur voor 15.00 uur, zodat het uw natuurlijke slaapritme niet verstoort. Het is dus af te raden om een dutje te doen als dit niet al uw dagelijkse gewoonte is. 

Als u enkele van de bovenstaande strategieën gecombineerd gaat toepassen, dan is het aan te raden om het stap voor stap in uw dagelijkse routine toe te voegen, zodat het goed vol te houden is. Het is bekend dat men nieuwe gewoonten goed aanleert door ze een tijd lang te blijven doen en te blijven herhalen om ze te laten beklijven. Begin met kleine aanpassingen zoals elke avond op hetzelfde tijdstip naar bed gaan en elke ochtend op hetzelfde tijdstip opstaan, indien dit past in uw routine. Want het bepalen van een dagelijkse routine en je daaraan houden, is een van de belangrijkste eerste stappen voor het tegengaan van slapeloosheid.

Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies.

Kampo en Fukushin

Hieronder deel ik mijn reflecties en ervaringen met Kampo-geneeskunde, vooral met Fukushin (abdominale diagnostiek). Hoewel dit geen uitgebreide historische uiteenzetting is, is het bedoeld om praktische inzichten te bieden die de klinische praktijk kunnen verrijken door middel van Kampo-geneeskunde.

Kampo-geneeskunde (ook “Kanpo” geschreven) is de traditionele Japanse kruidengeneeskunde. De naam betekent letterlijk “de manier van de Han”, wat de oorsprong in de Chinese kruidentradities weerspiegelt. Door deze uitwisseling omvat Kampo-geneeskunde veel kruiden en formules die bekend zijn bij beoefenaars van de Chinese kruidengeneeskunde. De formules in de moderne Kampo-geneeskunde bevat formules die teruggaan tot de Shang Han Za Bing Lun (de Shang Han Lun en de Jin Gui Yao Lue), evenals formules van latere generaties en boeken uit China, en zelfs formules die door Japanse artsen in de afgelopen eeuwen zijn ontwikkeld.

Voor een TCM-kruidenbeoefenaar zal moderne Kampo-geneeskunde niet erg verschillen van wat ze al hebben gestudeerd. Moderne Kampo-artsen maken gebruik van de vier diagnostische methoden: ze voeren pols- en tongonderzoeken uit, stellen vragen en houden rekening met constitutionele factoren. In de moderne Kampo-literatuur worden verschillende modellen—zoals de yin-yangtheorie, Zang Fu-organen, de zes transformaties van de Shang Han Lun, en qi-bloed-vloeistofdifferentiatie—gecombineerd in de praktijk en op verschillende manieren toegepast, afhankelijk van de situatie (en de beoefenaar). Een uniek kenmerk van Kampo is het abdominale onderzoek, dat hieronder verder wordt uitgelegd.

Over het algemeen kun je stellen, dat, hoewel er overeenkomsten zijn met moderne TCM, er andere accenten worden gelegd. Het abdominale onderzoek staat voorop, evenals meer aandacht voor bloedstase-pathologieën en huidkwaliteit, naast aanvullende terminologie en symptomatologie die niet worden genoemd in TCM-studies (waarop ik in toekomstige posts wellicht dieper zal ingaan).

Het meest opmerkelijke aan moderne Kampo-geneeskunde is hoe het is geïntegreerd in het moderne zorgsysteem in Japan. Kampo kan alleen worden voorgeschreven door bevoegde artsen en apothekers. Volgens onderzoeken uitgevoerd in Japan gebruikt meer dan 80% van de artsen dagelijks Kampo-producten, met name gynaecologen. Sommige artsen schrijven zelfs Kampo-formules voor in plaats van farmaceutische medicijnen of combineren ze met farmaceutica. Kampo-geneeskunde maakt deel uit van het curriculum van medische opleidingen, hoewel deze studies artsen geen Kampo-specialisten maken. Om Kampo-specialist te worden is aanvullende studie nodig. Deze specialisten kunnen werken in speciale Kampo-poliklinieken in ziekenhuizen. 

Er zijn 148 Kampo-formules die gedekt worden door de nationale zorgverzekering van Japan, mits voorgeschreven door een arts, en dat maakt ze ook aantrekkelijker voor patiënten. Daarnaast zijn er meer formules beschikbaar als zelfzorgmedicijnen  (OTC), die door bevoegde apothekers mogen worden verkocht. Deze integratie met het Westerse medische systeem draagt bij aan veel klinisch en farmaceutisch onderzoek, wat een waardevolle  bijdrage levert aan de kennis van kruidenkundigen.

Naast de moderne Kampo zijn het vooral de oudere Kampo-tradities die moderne TCM-beoefenaars inspireren. In modern China en in het Westen is er een speciale interesse in formules uit de Han-dynastie. Deze benadering staat tegenwoordig bekend als “Jing Fang,” wat “klassieke formules” betekent. Deze benadering is allesbehalve modern en heeft wortels in oudere tradities. Tegenwoordig kent het vele uitingsvormen en interpretaties. In essentie vertegenwoordigt het echter beoefenaars die hun werk baseren op formules uit de Shang Han Za Bing Lun, waarbij de effectiviteit en precisie van deze formules worden benadrukt bij het behandelen van verschillende aandoeningen.

Voornamelijk om deze reden worden door sommigen de  methoden van Kampo als een zeer waardevolle bron beschouwd, met name dankzij het werk van de Kohoha-school (“School van Klassieke Formules”) uit de late 17e eeuw. Dit was een school van artsen die vergelijkbare opvattingen deelden over klassieke formules. Hun bijdrage bestond uit het herzien van klassieke Chinese teksten en het produceren van werken zoals Ruijuho en Yakucho van de beroemde Yoshimasu Todo. Deze werken zijn het resultaat van zijn grondige analyse van de toepassing van formules uit de Shang Han Za Bing Lun, in de vorm van samenvattingen van formules en kruiden, hun werking en commentaren daarop.

Deze boeken en zijn begrip van kruiden blijven tot op de dag van vandaag invloedrijk. Ze hebben zowel Kampo-artsen beïnvloed die Kampo na de Tweede Wereldoorlog nieuw leven inbliezen, als moderne Chinese beoefenaars (zoals Huang Huang, van wie sommige werken in het Engels zijn vertaald). Een andere bijdrage was het benadrukken van het belang van de “Sho,” een concept dat vergelijkbaar is met het idee van een “patroon” in de moderne TCM. Meer over patronen en hun belang in Kampo volgt in de onderstaande sectie.

Fukushin en formulepatronen

Een van de meest unieke bijdragen van de Japanse traditie is de techniek van abdominale diagnostiek, bekend als Fukushin. Het oudste  beschikbare schriftelijke verslag van de toepassing ervan op Shang Han Lun-formules is de Fukusho-Kiran, geschreven in de 18e eeuw door een volksarts genaamd Inaba Katsu Bunrei (en een tweede boek werd geschreven door zijn discipel). Dit boek bevat tekstuele beschrijvingen en illustraties van formulepatronen, waarbij de meeste formules afkomstig zijn uit de Shang Han Za Bing Lun. Zoals hierboven vermeld, verwijst een “patroon” naar een reeks klachten, en in dit boek ligt de focus op de presentatie die in de buik kan worden gevonden. Elk patroon heeft een specifieke formule die past bij de aandoening  van de patiënt. Heeft de patiënt bijvoorbeeld hoest en pijn en gevoeligheid onder de ribben? Dan hoort daar een specifieke formule bij. Maar heeft de hoest een beklemmend gevoel op de borst en bovenbuik pijn bij druk? Dan past daar een andere formule bij

De abdominale patronen in dit boek kunnen behoorlijk specifiek en gedetailleerd zijn. Bijvoorbeeld, voor het patroon van Zhen Wu Tang presenteert de patiënt zich met volheid in de buik, die zacht aanvoelt bij palpatie en met hypertonie. De patiënt kan hartkloppingen onder het hart voelen, duizeligheid ervaren of spiertrekkingen hebben. Of abdominale pijn, koude rillingen en belemmerde urinelozing.

Zhen Wu Tang patroon uit Fukusho-Kiran
Bron: 稲葉, 克; イナバ, カツ; Inaba, Katsu; 淵上, 旭江; フチガミ, キョッコウ; Fuchigami, Kyokkou; 岡, 熊岳 *1762-1833*; オカ, ユウガク; Oka, Yuugaku: 腹証奇覧 正編2巻後編2巻 , 18XX

Zoals we weten in de klinische praktijk is er nooit een 100% match. Echter, met de toevoeging van abdominale diagnostiek, die een unieke en directe tactiele verbinding met de patiënt biedt, kan men een beter beeld  krijgen die verder gaan dan  de anamnese (die gebaseerd is op de subjectieve ervaring van de patiënt) en de polsdiagnostiek (een techniek waarvan de subtiliteiten moeilijk te beheersen zijn in moderne TCM-opleidingen).

Het was de taak van de arts om de presentatie van de patiënt te matchen met de juiste formule, waardoor de diagnose direct de behandeling bepaalt. Je kunt de diagnose zien als “Zhen Wu Tang-patroon.” Dit is heel anders dan het gebruik van het Zang Fu-model, waarin de beoefenaar gevraagd wordt om een extra mentale stap te zetten door de klachten te verzamelen en deze om te zetten naar een orgaansysteemmodel (in het geval van Zhen Wu Tang waarschijnlijk “Nier Yang tekort”), waarna een breed scala aan formules relevant kan zijn. Hoewel het denkproces van elke beoefenaar uniek is en niet strikt het Zang Fu-model volgt, vraagt de TCM-opleiding om pathologieën te beschouwen via organen of andere aanvullende differentiatiemethoden, wat potentieel beperkend kan zijn, vooral voor beginners.

Daarom biedt Fukushin een unieke en waardevolle diagnostische tool voor de moderne beoefenaar, vooral voor degenen die hun toepassing van klassieke formules willen verfijnen. Maar het gaat verder dan dat: in de moderne Kampo-geneeskunde in Japan worden abdominale patronen nog steeds gebruikt, zowel voor Han-dynastieformules als voor formules uit latere periodes.Dus kan elke TCM-kruidenbeoefenaar profiteren van moderne Kampo, zelfs als men besluit niet uitsluitend op klassieke formules te bouwen.

Het Fukushin-onderzoek zelf bestaat uit een reeks manuele technieken waarbij de patiënt op zijn/ haar rug ligt. De beoefenaar gebruikt palpatie en druk om de buik te beoordelen op kou en warmte, hardheid en zachtheid, gevoeligheid en pijn. Uit deze bevindingen  kan de beoefenaar een algemeen idee krijgen van de passende kruiden en/of formules en deze later combineren met de klachen die uit de anamnese zijn verzameld.

Meteen na mijn Fukushin-training werd het een integraal onderdeel van mijn praktijk. Ik kan niet genoeg benadrukken hoe nuttig en waardevol deze techniek is. Het bijkomende voordeel van het gebruik van dergelijke technieken, is de mogelijkheid om een betere verbinding met de patiënt te krijgen. Het verscherpt daarnaast ook het  vermogen van de beoefenaar om de constitutie van de patiënt te voelen  en om het geeft ook een tastbare link in het begrijpen van de onderliggende disbalans.

Rusteloze Benen Syndroom Bekeken Vanuit De Traditionele Chinese Geneeskunde

We kennen allemaal de impact van sterke wind—het beweegt bomen en kan voorwerpen de lucht in sturen. Chinese geneeskundigen hebben een vergelijkbaar fenomeen binnen het lichaam waargenomen, waarbij verschillende klachten worden geassocieerd met “wind.” Wanneer sterke, oncontroleerbare energie door het lichaam raast, kan dit leiden tot acuut blozen, misselijkheid, hoofdpijn, boosheid, duizeligheid en zelfs convulsies. Deze “wind” kan van buitenaf het lichaam binnendringen (bijvoorbeeld door bacteriën of virussen), of het kan intern worden gegenereerd door omstandigheden zoals hoge koorts of lichamelijke tekortkomingen, waardoor er ruimte ontstaat voor “wind”.

Als we vanuit dit uitgangspunt naar het Restless Legs Syndrome  (RLS) kijken, dan is dit een voorbeeld van  interne wind die het lichaam verstoort. Het creëert een gevoel van onrust, en als het intens is, kan het onwillekeurige en oncontroleerbare beenbewegingen veroorzaken. Mensen die RLS ervaren, melden vaak bijkomende klachten zoals prikkelbaarheid en een slechte slaapkwaliteit.

Wat veroorzaakt het Rusteloze Benen Syndroom volgens de principes van de Traditionele Chinese Geneeskunde?
Volgens één perspectief in de Chinese geneeskunde is RLS mogelijk het resultaat van bloedtekort, wat een omgeving creëert waar interne wind kan “blazen.” Denk aan een ballon die voortdurend gevuld is met lucht. Wanneer deze volledig is opgeblazen, staat hij stevig en weerstaat hij de buitenste druk. Maar als hij leegloopt, wordt hij zacht en kwetsbaar, waardoor krachten van buitenuit kunnen binnendringen en zijn vorm kunnen veranderen. Evenzo kan qi- of bloedstagnatie—waarbij de circulatie verminderd of geblokkeerd is (zoals een zwakke luchtstroom in de ballon)—ruimte creëren voor wind. Want bij een gebrek aan vrije doorstroming krijgt wind de kans zich te vestigen.

Waarom komt RLS voornamelijk ‘s nachts voor?
In de nacht keert het bloed terug naar de lever om te worden opgeslagen en ververst, ter voorbereiding van het lichaam voor de volgende dag. Als er bloedtekort is of als er andere problemen met de bloedstroom zijn, worden deze onevenwichtigheden meestal ‘s nachts gevoeld. Voor sommigen kan dit zich uiten in rusteloze benen; voor anderen kan het leiden tot frequent wakker worden of een gevoel van hitte ervaren.

Hoe het Rusteloze Benen Syndroom aan te pakken met Chinese Geneeskunde
Om RLS te verlichten, richt de Chinese geneeskunde zich eerst op het verdrijven van de interne wind die de klachten veroorzaakt. De volgende stap is om de onderliggende oorzaak aan te pakken: het aanvullen van bloed of het verbeteren van de doorstroming van qi en bloed.

Om RLS te behandelen met de principes van de Chinese geneeskunde is maatwerk nodig, omdat er geen specifieke  kruidenformule is voor RLS.  Voor dit maatwerk  identificeert de therapeut het onderliggende patroon dat de klachten veroorzaakt en past de behandeling dienovereenkomstig aan. Als bloedtekort de oorzaak is – wat vooral bij ouderdom voorkomt – kan dit patroon ook gepaard gaan met klachten zoals lage rugpijn, gevoelloosheid of moeite met urineren. In andere gevallen – vooral bij vrouwen – kan RLS gepaard gaan met PMS, menopauze symptomen, prikkelbaarheid of slapeloosheid. Sommige mensen kunnen last hebben van droge huid, een neiging tot constipatie of hoest. Iedere individu vertoont een uniek patroon, en daarom zijn  behandelingen afgestemd op de specifieke behoeften van elke persoon.

Integreren van perspectieven uit de Westerse Geneeskunde
Voor optimale effectiviteit van de behandeling vanuit de Chinese geneeskunde, is het belangrijk om bepaalde aandoeningen uit te sluiten die gemakkelijk onderzocht kunnen worden door de Westerse geneeskunde. Te onderzoeken punten zijn onder andere:

  • Is er sprake van anemie of een vitamine B en/of ijzertekort? 
  • lever- of nierziekte?
  • inname of stoppen van bepaalde medicatie sinds het ontstaan van de RLS-symptomen?

Na of tijdens het aanpakken van deze tekorten of medische problemen kan de Chinese kruidengeneeskunde daarnaast ook voordelen bieden door diepere onevenwichtigheden aan te pakken die bijdragen aan RLS.

Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies.

Menstruatiepijn en Chinese Geneeskunde

Veel vrouwen die hevige menstruatiepijn (ook “dysmenorroe” genoemd) ervaren, staan onder veel stress, en wanneer beide samenkomen, kan dat echt zwaar zijn. Je hoopt misschien iedere keer  dat het minder pijnlijk zal zijn. Vaak is de pijn niet  te verdragen en neem je meteen een pijnstiller, met een vreemd gevoel van nederlaag.

Er wordt gezegd dat menstruatiepijn gerelateerd is aan een stof genaamd prostaglandine. Prostaglandinen zorgen ervoor dat de spieren en bloedvaten van de baarmoeder samentrekken. Op de eerste dag van de menstruatie is het niveau van prostaglandinen hoog en dat kan voor pijn zorgen. Naarmate de bloeding voortduurt en het baarmoederslijmvlies wordt afgestoten, daalt het niveau van prostaglandinen. Daarom neemt de pijn vaak af na de eerste paar dagen van de menstruatie. Je kunt je ook misselijk voelen tijdens of voor je menstruatie, en dat kan komen doordat de maag samentrekt en minder beweeglijk wordt door de overmatige productie van prostaglandine. 

Er zijn medicijnen, zoals uit de NSAID-familie, die de werking van prostaglandinen remmen en daarmee ook de menstruatiekramp verminderen. Maar er zijn ook andere medicijnen die worden voorgeschreven, zoals middelen die spasmen verlichten. In sommige gevallen werken pijnstillers namelijk niet. Dit kan komen doordat er al een grote hoeveelheid prostaglandinen is geproduceerd voordat de pijnstiller werd ingenomen, of omdat deze te laat werd ingenomen. 

Echter, niet alle vrouwen willen medicijnen innemen voor hun klachten en willen de mogelijke bijwerkingen vermijden, of de schade aan de maag die dergelijke pijnstillers kunnen veroorzaken.

Hoewel pijnstillers de keten van gebeurtenissen die leiden tot een hoog prostaglandine niveau stoppen, is er misschien een natuurlijke manier om dit van tevoren te voorkomen.

Vanuit het perspectief van de Chinese geneeskunde wordt menstruatiepijn erger door stress, omdat de stroom van qi, die de bloedstroom controleert, wordt belemmerd. De bloedstroom rondom het bekken wordt verstoord, en wanneer er onvoldoende beweging van qi en bloed is, ontstaat er pijn.

Een andere mogelijkheid is dat, doordat de stroom van qi al lange tijd geblokkeerd is, het bloed ook “stagneert.” In dat geval kun je scherpe, stekende pijn ervaren, samen met donker menstruatiebloed en stolsels.

Bloedtekort kan ook pijn veroorzaken, maar dit zal eerder een doffe pijn zijn die erger wordt tegen het einde van de menstruatie of erna, vaak gepaard met vermoeidheid en een bleke teint.

Met Chinese kruidentherapie heb je de mogelijkheid om dieper naar de fysiologie van de persoon te kijken en de disharmonie als geheel te zien. Het kan goed zijn dat menstruatiepijn jou naar de kliniek brengt, maar de behandelaar zal je op verschillende niveaus in balans kunnen brengen en je kwaliteit van leven ook op andere vlakken verbeteren. In plaats van alleen de baarmoeder te behandelen, zal de behandelaar vaak kiezen voor een holistische behandeling, zodat je in het geheel in balans blijft.

Deze informatie is van informatieve aard en geen vervanging voor professioneel medisch advies.