Hieronder geef ik mijn eigen interpretatie van Huang Huang’s benadering van de Chinese kruidengeneeskunde, gebaseerd op mijn lectuur van zijn werk. Deze tekst is bedoeld als introductie voor iedereen die geïnteresseerd is in zijn benadering van Jing Fang.
Professor Huang Huang presenteert Jing Fang niet simpelweg als een verzameling oude recepten, maar als een klinische methode die voortkomt uit de Shang Han Lun en de Jin Gui Yao Lue. Het centrale principe is fangzheng, doorgaans vertaald als ‘formulepatroon’: het geheel aan waarneembare klinische kenmerken dat aangeeft wanneer een bepaalde formule veilig en effectief kan worden toegepast.
Hiermee staat Huang in een lange traditie van Jing Fang-beoefenaars die de formule centraal stellen. Hij verwijst onder anderen naar Ke Yunbo, Xu Lingtai, Wang Xugao, Hu Xishu en Liu Duzhou, evenals naar klassieke en moderne Kampo-beoefenaars. Zij beschouwden het herkennen van het juiste formulepatroon als het praktische eindpunt van de diagnostiek. Huang’s eigen bijdrage ligt in de verdere uitwerking van deze traditie, met bijzondere aandacht voor de constitutie, het lichamelijke uiterlijk, sprekende klinische beelden en de gecombineerde beoordeling van ziekte en persoon. Daarbij onderscheidt hij zich ook door zijn toegankelijke manier van lesgeven en zijn publicaties, die dankzij baanbrekend werk van onderzoekers en beoefenaars ook in het Engels beschikbaar zijn.
Een patroon betekent concrete aanwijzingen
Voor Huang Huang is een patroon in de eerste plaats geen abstracte verklaring van de pathologie. Het is niet simpelweg ‘Lever stagnatie’, ‘Milt te kort’ of een ander theoretisch etiket. Een patroon bestaat uit de concrete klinische aanwijzingen die het gebruik van een bepaalde formule rechtvaardigen.
Deze aanwijzingen kunnen onder meer bestaan uit:
- De hoofdklacht en kenmerkende symptomen.
- Het verloop en de ontwikkeling van de ziekte.
- Lichaamsbouw, spierontwikkeling, gelaatskleur en huid.
- Bevindingen bij buikpalpatie.
- De tong en de pols.
- Verschijnselen zoals eetlust, slaap, transpiratie en darmfunctie.
- Emotionele expressie en gedrag.
- Eerdere aandoeningen en terugkerende ziektepatronen.
De klassieke teksten bevatten beschrijvingen van dergelijke aanwijzingen. Huang noemt ze klinische ‘aanknopingspunten’ of ‘codes’. Het is aan de behandelaar om deze korte beschrijvingen te vertalen naar levendige, driedimensionale beelden van echte patiënten.
De klassieke beschrijving ‘rusteloosheid in het hart, niet kunnen slapen’ mag bijvoorbeeld geen abstracte formulering blijven. Ze moet een concreet beeld oproepen van een bepaalde patiënt: zichtbaar onrustig, uitgeput en niet in staat tot rust te komen, mogelijk ook met hartkloppingen, bloedingen, haaruitval of huidproblemen.
De dimensie ziekte omvat de belangrijkste aandoening, de symptomen, het verloop en de structurele of functionele veranderingen, en soms ook een moderne biomedische diagnose. Huang verwerpt de gangbare veronderstelling dat de Chinese geneeskunde patronen behandelt, terwijl de westerse geneeskunde ziekten behandelt. Ook de klassieke Chinese geneeskunde kende ziekteclassificaties, waaronder aandoeningen als zang zao, pi bing en hu huo bing.
De dimensie persoon betreft het type patiënt bij wie de ziekte optreedt. Twee mensen kunnen dezelfde biomedische diagnose hebben, maar toch verschillende formules nodig hebben omdat hun constitutie, lichamelijke reserves, emotionele toestand en reacties op ziekte uiteenlopen.
Wanneer ziekte en persoon samen worden beoordeeld, kan de behandelaar het bijpassende formulepatroon vaststellen. De drie elementen kunnen als volgt worden weergegeven:
Ziekte + persoon → formulepatroon → formule
Zo wordt Zhu Ye Shi Gao Tang geassocieerd met een bepaalde ziektesituatie, vaak de herstelfase na een ernstige koortsziekte. Maar de formule past ook bij een herkenbaar patiëntbeeld: mager, zwak, dorstig, met weinig eetlust en mogelijk misselijkheid.
Xiao Chai Hu Tang kan passen bij terugkerende koorts of ontstekingsverschijnselen (=de ziekte), maar ook bij een herkenbaar type patiënt: teruggetrokken, neerslachtig en zonder eetlust. De formule wordt gekozen omdat zowel de ziektesituatie als het patiëntbeeld ermee overeenkomen.
Constitutie als klinisch beeld van de persoon
Huang’s begrip van constitutie is ruimer en praktischer dan een vaste indeling in constitutionele typen. Constitutie verwijst naar de relatief stabiele lichamelijke en psychologische toestand die mede bepaalt hoe iemand ziek wordt, hoe ziekte zich manifesteert en hoe iemand op behandeling reageert.
Daaronder kunnen vallen:
- Een vol of mager postuur.
- Spierontwikkeling en spanning van de buik.
- De bouw van het skelet en de gelaatstrekken.
- De kleur, textuur en vochtigheid van de huid.
- De kracht of zwakte van de pols.
- Emotionele neigingen, zoals angst of somberheid.
- Eetlust, slaap en energieniveau.
- De medische en familiale voorgeschiedenis.
- De gevoeligheid voor bepaalde aandoeningen.
- Invloeden van de leefomgeving en geografische omstandigheden.
Sommige formules lijken daardoor eerder ‘de persoon’ te behandelen dan één afzonderlijke ziekte. Een patiënt kan een bepaald klinisch beeld vertonen dat niet noodzakelijk bestaat uit symptomen die op dat moment aanwezig zijn, maar ook uit een onderliggende neiging of predispositie.
In die zin past Gui Zhi Tang volgens Huang’s interpretatie bij iemand die vermoeid is, transpireert, kwetsbaar is en een verminderd aanpassingsvermogen heeft. Het is dus niet uitsluitend een formule tegen verkoudheid, maar een formule die de persoon als geheel reguleert.
Bai Hu Jia Ren Shen Tang past bij uitgesproken dorst en hitte in combinatie met uitputting en een tekort aan lichaamsvloeistoffen. Dergelijke formules kunnen bij verschillende biomedische aandoeningen worden ingezet wanneer hetzelfde constitutionele beeld aanwezig is.
Constitutie hoeft niet onveranderlijk te zijn. Een ernstige infectie, operatie, veroudering, ondervoeding of chronische ziekte kan een nieuwe constitutionele toestand veroorzaken. Iemand die voorheen sterk was, kan bijvoorbeeld mager, uitgeput, droog en zwak worden. Deze veranderde toestand wordt dan essentieel voor de keuze van de formule.
Constitutie vervangt de ziektediagnose dus niet. Ze maakt de behandeling nauwkeuriger door duidelijk te maken welk type patiënt met die aandoening waarschijnlijk bij de formule past.
Samengevat: de ziekte bepaalt het klinische terrein, de persoon maakt het onderscheid tussen patiënten en fangzheng bepaalt de passende formule.
Huang Huang en de moderne TCM-zang-futheorie
Huang’s kritiek op de moderne TCM is niet dat de zang-futheorie onbruikbaar is, maar dat deze in de praktijk vaak de directe klinische waarneming verdringt. Volgens hem zijn begrippen als ‘Liver yang rising’, ‘Kidney deficiency’, ‘Heart blood deficiency’ en ‘Spleen deficiency’ breed en potentieel dubbelzinnig. Ze kunnen een theoretische interpretatie van de aandoening bieden, maar bepalen op zichzelf niet welke formule moet worden voorgeschreven.
Hij heeft vooral bezwaar tegen de neiging om afzonderlijke symptomen terug te brengen tot gestandaardiseerde verklaringsmechanismen, zoals hoofdpijn die wordt toegeschreven aan Liver yang rising of dunne ontlasting aan Spleen deficiency. Daarbij kunnen de daadwerkelijke ziekte, de individuele patiënt en de concrete aanwijzingen die nodig zijn om een specifieke formule te kiezen, uit beeld verdwijnen.
De zang-fu analyse kan daarom dienen als een aanvullend verklaringskader, naast de differentiatie volgens de zes kanalen, de acht principes of moderne pathofysiologische analyse. Ze hoort echter niet het eindpunt van de diagnostiek te zijn. Al deze benaderingen moeten uiteindelijk uitkomen bij fangzheng: de waarneembare aanwijzingen die het gebruik van een specifieke formule ondersteunen.
De doorslaggevende vraag is dus niet alleen: ‘Welk orgaansysteem of mechanisme verklaart deze casus?’ Het gaat om de vraag: ‘Welke ziekte is aanwezig, wat voor persoon heeft deze ziekte en welke formule past bij het volledige klinische beeld?’
Huang Huang’s methode leren
Huang raadt aan om de klassieke passages herhaaldelijk te lezen, gedetailleerde casusbeschrijvingen te bestuderen, patiënten nauwkeurig te observeren en hun uiterlijk, houding, gezichtsuitdrukking, woordkeuze en gedrag systematisch vast te leggen. Het herkennen van formulepatronen is niet louter theoretische kennis, maar een klinische vaardigheid, die door oefening wordt ontwikkeld.
Recent vertaalde boeken zoals Classic Formulas for Primary Care en het oudere Ten Key Formula Families vormen een goede volgende stap voor wie zich verder in zijn benadering wil verdiepen.